Handelingsgericht werken


Voor wat betreft de organisatie van ons onderwijs in de klas, laten wij ons leiden door het zogenaamde handelingsgericht werken. Op die manier proberen we de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding voor alle leerlingen te verbeteren. Door handelingsgericht te werken gaan we effectiever om met de verschillen die er tussen de kinderen zijn en bieden we ze een doeltreffender begeleiding.

Wat houdt handelingsgericht werken dan in?

Bij handelingsgericht werken wordt er zoveel mogelijk onderwijs op maat gegeven, zonder daarbij individueel onderwijs na te streven.

Hoe doen we dat dan?

De leerkracht gaat na wat de leerling nodig heeft om de vooraf vastgestelde doelen te behalen. We gaan er daarbij vanuit dat de klas globaal in te delen is in drie (sub)groepen, elk met hun eigen behoefte aan begeleiding en aanbod. Die behoefte aan begeleiding en aanbod noemen we onderwijsbehoefte. We onderscheiden de volgende drie (sub)groepen:
1. De groep kinderen die de leerstof zeer snel beheerst en extra uitdaging nodig hebben.
2. De groep kinderen die het gewone basisprogramma van de klas volgen.
3. De groep kinderen die wat meer intensief door de leerkracht moet worden begeleid.

De manier waarop de leerkracht zijn onderwijs in de klas vorm geeft, vat hij samen in een zogenaamd groepsplan. In zo’n groepsplan vind je de drie (sub)groepen terug, alsmede de doelen die de leerkracht voor die groepen nastreeft en op welke manier dat gebeurt.

Een uitgebreidere beschrijving van het werken in niveaugroepen en het werken met groepsplannen vindt u onder het tabblad “leerlingondersteuning”.

Houdt handelingsgericht werken nog meer in?

Jazeker, er zijn nog zes elementen van belang voor het handelingsgericht werken:

  1. Relaties zijn belangrijk:
    De leerkracht denkt na over hoe zij tot een zo gunstig mogelijk onderwijsklimaat voor elk individueel kind kan komen. Dit doet hij/zij o.m. door goed te kijken naar de wisselwerking tussen leerling en leerkracht, leerlingen onderling, kind en ouders en school en ouders. 
  2. Het is de leerkracht die het doet:
    Als school hebben we oog voor wat de leerkracht nodig heeft om de juiste aanpak te kunnen bieden. De leerkracht is binnen de school de belangrijkste factor die invloed heeft op leerlingen.
  3. Positieve aspecten zijn van groot belang:
    Leerkrachten gaan op zoek naar positieve aspecten die mogelijkheden bieden bij het oplossen van problemen. Ze gaan uit van de mogelijkheden i.p.v. de problemen.
  4. Goede samenwerking tussen alle betrokkenen:
    Leerkrachten gaan op zoek naar de wijze waarop de samenwerking tussen alle betrokkenen de prestaties van de kinderen kan optimaliseren. Goede communicatie met ouders en leerlingen staat centraal.
  5. Er wordt doelgericht gewerkt:
    De leerkracht en de school denken na over waar zij naartoe willen en wat zij daarvoor nodig hebben.
  6. Er is sprake van een systematische, duidelijke werkwijze:
    De school/leerkracht is open over het werk dat ze doet, heeft gedaan en dat ze van plan is te doen, alsook over de motieven hiervoor.

We geven deze uitgangspunten steeds beter binnen ons onderwijs vorm. Wij zijn al goed op weg. Handelingsgericht werken vraagt een inspanning van de school èn van de ouders. Een goede samenwerking tussen ouders en school is een basisvoorwaarde. We voeren gesprekken met ouders: structureel 3x per jaar en tussendoor naar behoefte. De grote opkomst van ouders tijdens de informatieavonden en thema-avond is iets waar we blij mee zijn. Samen zorgen we ervoor dat de kinderen van de Tuimelaar zich ontwikkelen op het niveau dat bij hen past.